3. Uitbouw
Het is belangrijk om te realiseren dat een delta niet alleen uit de bovenwater gelegen gebieden bestaat (Figuur 1), maar dat het grootste deel van een delta onderwater ligt. Daarbij wordt een verder onderscheid gemaakt tussen het deltafront en de prodelta, respectievelijk proximaal (dichtbij) en distaal (veraf) ten opzichte van de rivier monding.

Schematisch overzicht van de depositionele omgevingen van een rivier gedomineerde delta
De verhouding sediment en water die wordt aangeleverd door de rivier bepaald grotendeels de groei en de samenstelling van de sedimenten in een delta. De hoeveelheid sediment die wordt aangevoerd is een functie van het oppervlak van het drainage gebied van een rivier (transport capaciteit) en de mate van erosie in het achterland (beschikbaarheid van sediment). Daarom kan een specifieke delta nooit apart gezien worden van de bijbehorende rivier. Sediment toevoer is echter niet de enige belangrijke factor, verandering van de zeespiegel is een andere belangrijke factor. De zeespiegel bepaalt namelijk de locatie van de kust en dus het epicentrum van depositie voor een delta. De dynamische interactie tussen (relatief) zeespiegel verandering en sediment toevoer zijn de primaire (allocyclische) processen die de evolutie van een delta sturen (Emery and Myers 2001).







